Spraak en taalontwikkeling kleuter en schoolkind

Home / Ontwikkeling kleuter en schoolkind / Groei en ontwikkeling kleuter en schoolkind / Spraak en taalontwikkeling kleuter en schoolkind

Spraak- en taalontwikkeling kleuter en schoolkind

Hoe verloopt de spraak en taalontwikkeling van je kleuter en schoolkind? Wanneer kunnen kinderen vloeiend praten, simpele woorden schrijven, het alfabet opnoemen, rijmen, goed gebruik maken van leestekens en bijvoorbeeld een verhaal samenvatten en navertellen? Welke mijlpalen zijn te onderscheiden in de spraak- en taalontwikkeling?

Spraak en taal is een belangrijk onderdeel binnen de algehele ontwikkeling van kinderen. Door middel van communicatie zijn wij in staat lichamelijke behoeften aan te geven en sociale behoeften te bevredigen. Daarnaast is taal het gereedschap voor informatieoverdracht op school. Taal neemt dan ook een belangrijke plaats in binnen het onderwijs.

Wat kan jouw kleuter en schoolkind op het gebied van spraak en taal?

Kleuter 4 jaar

Je kleuter van 4 jaar kan:

  • geluiden herkennen
  • in lange zinnen praten
  • verhaaltjes navertellen
  • 10 minuten luisteren
  • voor negentig procent begrijpelijk praten
  • de bekende ‘waarom’ vragen gaan stellen
  • voegwoorden en voorzetsels zoals ‘voor’, ‘achter’, ‘onder’, etc. goed gebruiken
  • de woorden ‘jij’, ‘jullie’, ‘ze’ en ‘het’ gebruiken
  • de woorden ‘mij’ en ‘jou’ gebruiken in plaats van eigen namen
  • vier getallen in de gegeven volgorde onthouden
  • het heden en verleden beginnen te begrijpen
  • wie, wat, waar vragen, aanwijsvragen, keuzevragen, luistervragen en voorspelvragen begrijpen
  • lettersympolen zoals de ‘P’ van parkeren herkennen
  • krabbelen en de eigen naam naschrijven
  • nog fouten maken met onregelmatige vervoegingen, bijvoorbeeld: ‘ik loopte’
  • heeft een passieve woordenschat van 4000 woorden en een actieve woordenschat van 2000 woorden
Kleuter 5 jaar

Je kleuter van 5 jaar kan:

  • (letter)klanken herkennen
  • zonder kinderlijke articulatie praten, jouw kleuter weet nu hoe hij de klanken van zijn taal moet uitspreken
  • vloeiend en verstaanbaar verhalen vertellen
  • 20 minuten luisteren
  • het heden en verleden begrijpen
  • op de juiste wijze woorden en zinnen vormen, jouw kleuter beheerst grofweg alle regels van de moedertaal
  • tien voorwerpen correct tellen
  • verschillende letters kennen en weten welke klank erbij hoort
  • zijn eigen naam schrijven
  • een beetje kunnen rijmen
  • een herkenbaar gezicht tekenen met ogen, neus en mond
  • heeft een passieve woordenschat van 7000 woorden en een actieve woordenschat van 3500 woorden
Schoolkind 6 - 8 jaar

Je kind van 6 jaar kan:

  • gekke verhaaltjes en raadseltjes waarderen
  • eenvoudige drieletterwoordjes lezen, gevolgd door woorden van twee lettergrepen
  • bijna alle letters en klanken uitspreken, maar kunnen nog moeite hebben met lastige combinaties als ‘sch’en ‘ng/nk’
  • simpele woorden schrijven, maar schrijven over het algemeen nog precies zoals het klinkt, bijvoorbeeld: ‘ik vint j liev’, in plaats van ‘ik vind je lief’.

Je kind van 7 jaar kan:

  • zinnen van drie tot vier woorden schrijven
  • foutloos spellen van klankzuivere woorden (woorden die je net zo schrijft als je ze uitspreekt), zoals ‘kaas’, ‘dop’, ‘raam’.
  • nog fouten maken met het spellen van woorden die niet klankzuiver zijn zoals ‘pir’ voor ‘peer’ en ‘loopen’ voor ‘lopen’.
  • hoofdletters, punt, vraagteken en uitroepteken gaan gebruiken
  • korte en simpele verhaaltjes lezen
  • vragen beantwoorden n.a.v. een gelezen verhaaltje (begrijpend lezen)
  • het alfabet opnoemen
Schoolkind 8 - 10 jaar

Je kind van 8 jaar kan:

  • korte zinnen heel aardig lezen, maar langere woorden kunnen in het begin nog een struikelblok vormen
  • als hij bijna negen is zinnen van tien à elf woorden lezen en struikelt niet meer over drie- of vierlettergrepige woorden
  • nadenken over wat voor soort tekst hij leest (bijvoorbeeld een recept, nieuwsbericht of reclametekst)
  • werkwoorden herkennen (doe-woorden)
  • woorden spellen waarbij in het meervoud de ‘f’ in een ‘v’ verandert of de ‘s’ in een ‘z’, denk aan ‘druif – druiven’ en ‘kaas – kazen’
  • netjes tussen de lijntjes schrijven
  • goed gebruik maken van hoofdletters en de leestekens: punt en komma

Je kind van 9 jaar kan:

  • nog langere zinnen dan tien à elf woorden lezen
  • bijna alle woorden probleemloos lezen
  • woorden spellen met een ‘c’, zoals ‘actief’ en ‘cel’
  • tijdsaanduidingen spellen zoals ’s morgens
  • de persoonsvorm en het onderwerp in een zin benoemen
  • in een tekst onderscheid herkennen tussen meningen en feiten
  • een gelezen verhaal samenvatten en navertellen
  • een simpele presentatie geven over zelf verzamelde informatie
  • goed gebruik maken van de leestekens: punt, komma, dubbele punt, puntkomma, aanhalingstekens, haakjes)
  • de ondertitel lezen op televisie
Schoolkind 10 - 12 jaar

Je kind van 10 en 11 jaar kan:

  • onderscheid maken tussen informatieve en betogende teksten en tussen feiten en meningen
  • simpele tabellen en grafieken bij een tekst begrijpen
  • teksten lezen om iets te leren over een bepaald onderwerp (studerend lezen)
  • teksten mooi op toon lezen
  • discussiëren en argumenteren
  • belangrijke woorden onderstrepen in een tekst
  • aantekeningen en een samenvatting maken van een tekst
  • het onderwerp, gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp en bijwoordelijke bepalingen benoemen
  • zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijjvoeglijke naamwoorden, lidwoorden, voegwoorden, voorzetsels en voornaamwoorden benoemen
Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen