Praktijk De Kleine g

 In praktijk

Til Duinker  Remedial Teacher Rotterdam De Kleine g

Deze maand geeft remedial teacher Til Duinker van praktijk De Kleine g haar visie op het leerproces en de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast geeft zij ons een ‘kijkje’ op haar werkzaamheden als remedial teacher in de praktijk De Kleine G.

 

Wie is Til Duinker?

Mijn naam is Til Duinker. Ik heb een praktijk voor remedial teaching in Rotterdam-Noord, op 5 minuten loopafstand van het centrum. Kinderen heb ik altijd leuk en interessant gevonden. Ik maak gemakkelijk contact met ze. Om kinderen goed te kunnen begeleiden, vind ik het belangrijk te begrijpen hoe kinderen denken en waarom ze handelen zoals ze doen.

Ik werkte 9 jaar in het basisonderwijs. Ik stond voor de klas en werkte als remedial teacher. Uiteindelijk merkte ik dat ik als remedial teacher het beste tot mijn recht kwam. Door een eigen praktijk op te starten, kon ik mij hier volledig op richten en werken volgens mijn eigen visie en werkwijze.
Naast een Pabo-opleiding volgde ik een 2-jarige opleiding tot remedial teacher. Ook ben ik afgestudeerd als maatschappijhistoricus. Op de universiteit ontwikkelde ik een kritische en onderzoekende houding. Deze houding komt me nu van pas bij de bestudering van literatuur die betrekking heeft op de ontwikkeling van kinderen.

Je praktijk heet de Kleine g. Vanwaar die naam?

De naam ‘de Kleine g’ is gebaseerd op een uitspraak van Alfred Adler. Hij werkte in het begin van de 20e eeuw als psycholoog en psychiater. Ook gaf hij colleges aan pedagogiestudenten. Na afloop van één van zijn colleges, kwam er een lerares naar hem toe. Ze had een schrift bij zich van één van haar leerlingen en zei: ‘kijkt u eens naar dit schrift. Denkt u dat met dit kind nog wat kan worden bereikt?’ Het schrift was een rommeltje en volkomen onleesbaar. Adler pakte het schrift, bladerde het aandachtig door en zei: ‘Kijkt u eens hier, deze kleine g, die is heel goed geluk!’.
In plaats van te kijken naar wat er niet goed gaat bij deze leerling, richt Adler de aandacht op wat wel lukt. Ook ik vind het belangrijk om vooral aandacht te hebben voor wat kinderen goed doen. Kinderen die moeite hebben met bepaalde vaardigheden, krijgen vaak te horen dat ze iets niet goed doen. Ze zien rode strepen in hun schrift of moeten hun werk overdoen. Als de nadruk te veel ligt op wat niet lukt, raken kinderen ontmoedigend. Terwijl juist kinderen die moeite hebben met de leerstof, extra bemoediging nodig hebben. Ze moeten immers harder werken om een bepaald niveau te bereiken dan kinderen die gemakkelijk leren. Door kinderen taken te geven die aansluiten op hun niveau, krijgen zij de kans te laten zien wat ze kunnen. Door het opdoen van succeservaringen en het krijgen van positieve feedback, wordt het zelfvertrouwen van kinderen groter en de motivatie om verder te leren versterkt.
Ook om een inhoudelijk goede begeleiding te geven, vind ik het van belang om te weten wat kinderen op een bepaald gebied al kunnen. Als ik weet welke taken ze al zelfstandig goed kunnen uitvoeren, kan ik als begeleider werken aan de volgende stap.

Wat is jouw visie op de ontwikkeling van kinderen?

Kinderen hebben net als volwassenen de behoefte zich te ontwikkelen en daarvoor waardering te krijgen. Op school krijgen kinderen hiertoe de kans. Ze leren lezen, schrijven, spellen en rekenen. Het aanleren van vaardigheden op school, gebeurt volgens een bepaalde opbouw en volgorde. Leerkrachten proberen het onderwijsaanbod zoveel mogelijk op het ontwikkelingsniveau van leerlingen af te stemmen. Aan de andere kant is de leerkracht gebonden aan doelen die in een bepaald jaar moeten worden gehaald. Soms loopt het tempo waarin kinderen bepaalde vaardigheden leren, niet gelijk op met het tempo waarin de leerstof in de klas wordt aangeboden. Het kan zijn dat kinderen bepaalde vaardigheden nog niet onder de knie hebben, terwijl in de klas al weer een volgende stap in de leerstof wordt behandeld. Zo kan het gebeuren dat kinderen achterop raken en de les steeds minder kunnen volgen. Dit kan voor kinderen erg demotiverend zijn. Ook kan het vertrouwen in eigen kunnen afnemen. Zodra de ontwikkeling op een bepaald gebied stagneert, vind ik het daarom van belang dat kinderen worden geholpen hun leerproces weer opgang te krijgen. Lukt dat niet binnen de context van de school, dan kan een externe remedial teacher uitkomst bieden.

Wat is remedial teaching?

Remedial teaching is gespecialiseerde begeleiding aan kinderen die moeite hebben zich bepaalde vaardigheden eigen te maken. Remedial teachers hebben kennis van leerproblemen en zijn op de hoogte van de verschillende methoden en middelen die ingezet kunnen worden om kinderen te begeleiden. Net als leerkrachten helpen remedial teachers kinderen met het leren van vaardigheden. Het verschil is dat remedial teachers zich op één leerling tegelijk kunnen focussen. Ze hebben de tijd om grondig uit te zoeken wat een leerling kan en wat hij of zij nog moet leren. Vervolgens kunnen ze begeleiding geven die op een leerling is afgestemd. De geboden instructie, de activiteiten en de gebruikte materialen zijn zinvol en aansprekend voor die ene specifieke leerling.

Welke kinderen (en ouders) komen bij jou in de praktijk?

In mijn praktijk komen kinderen die, om welke reden dan ook, moeite hebben met technisch lezen, begrijpend lezen, schrijven, rekenen of spellen. Dat kunnen zowel kinderen van de basisschool zijn, als kinderen uit het voortgezet onderwijs. Ik help ook jongeren en volwassenen met het schrijven van teksten.
Ouders die voor de Kleine g kiezen, kiezen voor een kleine, gezellige praktijk met een persoonlijke en professionele aanpak.

Wat is jouw werkwijze?

Voordat ik met de begeleiding van start ga, onderzoek ik eerst in 1 à 3 sessies wat het ontwikkelingsniveau van een leerling op een bepaald gebied is. Ik maak daarbij gebruik van toetsen en bespreek met de leerling hoe hij of zij te werk gaat. Ik probeer zo nauwkeurig mogelijk te achterhalen wat kinderen al kunnen en wat nog moeilijk gaat. Vervolgens maak ik een verslag van het onderzoek en stel een begeleidingsplan op. In dit plan formuleer ik concrete doelen die naar mijn idee haalbaar zijn.

Om te kunnen leren is het van belang dat kinderen betrokken zijn. Ze zijn vaak vanzelf al betrokken bij de lessen die ik geef, doordat de stof die wordt behandeld goed aansluit bij hun niveau. Daarnaast probeer ik de betrokkenheid te vergroten door oefeningen in spelvorm aan te bieden, te zorgen voor variatie in de activiteiten en door aan te sluiten bij interesses van de leerlingen.

Na een periode van 10 à 15 weken evalueer ik de doelen die ik aan het begin van de begeleiding heb opgesteld. Ik probeer zo concreet mogelijk aan te geven welke vooruitgang er geboekt is. Ook voor de ouders en school is het belangrijk te zien dat een leerling vooruitgaat. Oppervlakkig gezien lijkt bijvoorbeeld een leerling die na 3 maanden begeleiding nog steeds op niveau M3, leest niet vooruit te zijn gegaan. Als de resultaten echter beter worden bekeken, kunnen betrokkenen heel wat positiever zijn. Een leerling las bijvoorbeeld 3 maanden geleden een M3 tekst in 5 minuten waarbij hij 80% van de woorden spellend leest, Nu leest hij een zelfde soort tekst in 2 minuten, maakt hij minder fouten en leest nog maar voor 10% spellend.

Wat kunnen de resultaten zijn?

Het resultaat van de begeleiding die ik geef, is dat leerlingen vooruit zijn gegaan, vertrouwen hebben gekregen in eigen kunnen en gemotiveerd zijn om verder te leren. De mate waarin kinderen vooruitgaan, hangt af van verschillende factoren. In de eerste plaats speelt de ernst van de problemen die kinderen ondervinden een rol. De ene leerling zal bijvoorbeeld veel extra ondersteuning nodig hebben en toch relatief langzaam vooruitgaan. Bij een andere leerling is na een korte periode van extra begeleiding het kwartje gevallen en kan deze weer goed mee komen in de klas. Het resultaat wordt daarnaast beïnvloed door wat er thuis en op school gebeurd. Als kinderen bijvoorbeeld ook thuis lezen, heef dit een gunstig effect op de leesontwikkeling en de woordenschat. Ook een goede samenwerking met school kan van positieve invloed zijn. Onderling overleg en het uitwisselen van informatie kunnen zowel mij als de leerkracht, helpen een leerling de juiste ondersteuning te geven.

Een dag uit de praktijk?

Op een dag begeleid ik verschillende leerlingen. Met Yasin uit groep 6 werk ik bijvoorbeeld aan begrijpend lezen, woordenschat en leesmotivatie. Omdat Yasin voetbalt, lezen we een tekst waarin de Rotterdamse voetballer Georginio Wijnaldum vertelt over zijn jeugd. Elise uit groep 8 help ik met rekenen. Ze wil graag naar het VWO maar heeft moeite met breuken en procenten. Dit maakt haar onzeker. We gaan steeds even terug naar de basis. Wat is ook al weer 1/3? Wat betekent 50% korting? Van daaruit bouwen we verder aan het begrip van moeilijkere breuken en procenten. Joeri uit groep 4 heeft moeite met lezen. Vandaag lezen we onder andere een tekst die net iets boven zijn niveau ligt. Ik lees de tekst eerst voor terwijl Joeri meeleest. Vervolgens leest hij de tekst zelf. Boven de woorden die hij, zonder te spellen, goed leest zet ik een streepje. Joeri weet wat de bedoeling is en doet erg zijn best om de woorden in één keer goed te lezen. Als hij de tekst heeft gelezen tellen we samen het aantal streepjes: 126 woorden goed gelezen!

Met het verloop van de lessen nog vers in het geheugen, bereid ik dezelfde dag nog de lessen voor de volgende keer voor. Vaak ben ik daarnaast bezig met het maken van nieuwe materialen en het zoeken naar mogelijke aanpakken. Dat betekent: lezen, surfen op het internet en te raden gaan bij collega’s. Ook ben ik gemiddeld één keer per week te vinden in de bibliotheek. Daar ga ik op zoek naar ideeën voor de begeleiding en aansprekende leesboekjes voor mijn leerlingen.

Succesverhaal uit de praktijk

Jessa uit groep 5 help ik met spelling. Nadat we eerst een aantal lessen besteden aan afzonderlijke categorieën, behandelen we verschillende categorieën door elkaar. Jessa houdt van tekenen en ik geef haar af en toe de gelegenheid dit even te doen. Op een dag tekent ze heksen. Later vraag ik haar zinnen te maken met de woorden die we behandelen. Ze maakt niet alleen zinnen, maar schrijft met de woorden die ik haar geef, een heel verhaal over heksen! Het schrijven van verhaaltjes wordt vervolgens een vast onderdeel van de lessen. Zo oefent ze niet alleen met het toepassen van de juiste spelling, maar is ook actief bezig haar fantasie in verhalen om te zetten. Momenten als dit zijn vaak niet van te voren te plannen. Ze ontstaan spontaan. Het had niet het zelfde effect gehad, als ik haar bijvoorbeeld had opgedragen een tekst te schrijven. Juist het feit dat Jessa er zelf voor koos om verhaaltjes te gaan schrijven, maakt Jessa extra betrokken bij de les.

Benieuwd naar wat ik voor je kan betekenen? Neem dan vrijblijvend contact met me op!

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen