Ontwikkeling zelfregulatie emoties

 In mijlpalen

Wanneer kunnen kinderen emoties reguleren?

Naast de basisemoties en de zogenaamde zelfbewuste emoties, leren kinderen hun emoties te reguleren. Hoe ontwikkelt zich de zelfregulatie van emoties bij kinderen en wat wordt hiermee bedoeld? Hoe leren en wanneer kunnen kinderen omgaan met blijdschap, woede, verdriet, angst en bijvoorbeeld gevoelens van trots?

Met zelfregulatie wordt het vermogen van mensen bedoeld om hun emotionele gesteldheid (basisemoties en zelfbewuste emoties) zo te sturen, dat datgene wat nodig is gedaan of gelaten wordt om het doel te bereiken. Bij het toenemen van de cognitieve capaciteiten, zijn kinderen ook steeds beter in staat emoties te reguleren.

Babytijd

Gedurende de eerste maanden zijn baby’s zeer beperkt in het reguleren van hun emotionele gesteldheid. Zij kunnen zich bijvoorbeeld slechts afkeren van een onprettige aanraking en sabbelen en kauwen als hun gevoel te intens wordt. Baby’s zijn snel van slag bij de kleinste interne en externe stimuli. Om tot rust te komen hebben zij nog de hulp nodig van hun ouders. Kleine klopjes op de schouder en zachte woordjes helpen de baby de emoties te reguleren. Het is belangrijk als verzorger om kinderen te helpen bij het reguleren van emoties. Liefdevol en adequaat in spelen op de emoties van het kind, zal resulteren in een kind dat in de toekomst makkelijker te troosten is en zichzelf beter op zijn gemak kan stellen. Door de snelle ontwikkeling van de hersenschors (cerebrale cortex), kunnen baby’s (vanaf twee- vier maanden) steeds beter stimuli verdragen. Hierdoor is het mogelijk om kleine spelletjes met de baby te spelen, zonder dat het kind direct van slag raakt. Deze spelletjes helpen het kind om nog beter stimuli te kunnen verdragen en hun emoties te reguleren. Kruipen en lopen helpen ook bij de zelfregulatie van emoties. Kinderen zijn hierdoor zelf in staat om bepaalde stimuli op te zoeken of juist te ontwijken. Ook de taalontwikkeling helpt kinderen bij het reguleren van emoties. Het helpt als kinderen hun innerlijke gemoedtoestand kunnen uitleggen aan hun ouders. Ouders kunnen vervolgens beter inspelen op de gevoelens van hun kind.

Peutertijd

Na de leeftijd van twee jaar gaan kinderen steeds meer taal gebruiken om hun gevoelens te uiten en te controleren. Kinderen van drie tot vier jaar hebben verschillende strategieën geleerd om door middel van taal hun emoties te reguleren en stimuli af te stoppen. Voorbeelden hiervan zijn het bedekken van de ogen en oren met de handen om zintuigelijke prikkels te weren, tegen zichzelf praten (‘wees maar niet bang, mama komt zo terug’) of het aanpassen van een doel (besluiten dat je bij nader inzien toch niet wil mee doen als kinderen je uitsluiten van een spelletje). Door deze strategieën nemen de emotionele uitbarstingen af en leren kinderen hun emoties steeds beter te reguleren. Wel hebben kinderen in deze leeftijd angst voor monsters, geesten, duisternis, donder en bliksem. Dit komt door het grote inbeeldingsvermogen van kinderen en het moeilijk kunnen onderscheiden van fantasie en realiteit. Het is raadzaam om gedurende deze leeftijd kinderen niet te veel bloot te stellen aan hele spannende verhalen in boeken en op televisie. Een nachtlampje is heel normaal en extra geduld en emotionele steun van de ouders helpt het kind fantasie van realiteit te onderscheiden. Zoals bovenstaande voorbeelden laten zien, is de omgeving van het kind sterk van invloed op de mate waarin een kind leert omgaan met emoties en stress. Het omgaan met emoties en gevoelens van de ouders (strategieën) wordt door de peuter naadloos overgenomen. Kinderen met ouders die moeite hebben om hun woede te beheersen, hebben een vergrote kans om gedurende hun leven ook problemen te ondervinden bij het reguleren van negatieve emoties. Het helpt kinderen positief als ouders hun kinderen van te voren op moeilijke situaties voorbereiden. Dit kan door met het kind te bespreken wat het kind kan verwachten en op welke manier hij het best kan omgaan met de spanning in een bepaalde situatie. Naast opvoeding speelt ook temperament een belangrijke rol bij de zelfregulatie van emoties. Alle kinderen ervaren de intensiteit van emoties verschillend.

Schooltijd

Gedurende de schooltijd ontstaan veel voorkomende angsten of zorgen bij kinderen. Kinderen moeten leren omgaan met deze negatieve emoties, die van invloed zijn op het gevoel van eigenwaarde. Denk hierbij aan angsten of zorgen voor slechte cijfers en bijvoorbeeld de mogelijke afwijzing door een vriendje of vriendinnetje. Daarnaast begrijpen kinderen steeds beter de realiteit van de echte wereld en beseffen zij zich dat hun of een dierbare iets zou kunnen overkomen (ziekte, dood, overvallen worden etc.). Ook kunnen zij zich nu druk maken om oorlogen of rampen die zij via de televisie zien of horen. Rond 10 jaar passen kinderen verschillende technieken toe om hun emoties te reguleren. Dit is onder andere afhankelijk van de mate waarin zij controle hebben over het resultaat of de uitslag van iets. Je hebt bijvoorbeeld wel invloed op het resultaat van een moeilijke test of een vriendje die boos is, maar geen invloed hebben op een pijnlijke inenting bij de dokter, of een slecht resultaat wat reeds behaald is. Wanneer het kind geen invloed heeft op het resultaat, zijn zij in staat (intern) te relativeren; ‘er zijn ergere dingen dan een inenting’, of; ‘er komt nog een andere schriftelijke overhoring, dus nieuwe kansen’. Kinderen krijgen gedurende de schooltijd steeds beter het gevoel hun emoties te kunnen reguleren, wat van positieve invloed is op hun zelfbeeld en het gevoel de wereld aan te kunnen. Hierdoor zijn zij in staat nog grote emotionele uitdagingen aan te kunnen in de toekomst.

Lees ook:

Leave a Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen