Hoe kan ik tijgeren en het zitten stimuleren bij mijn baby?

 In Vraag en antwoord

Mijn kind ligt bij het spelen op zijn buik en raakt gefrustreerd doordat hij niet bij zijn speelgoed kan en valt om bij het zitten, hoe kan ik dit stimuleren?

Motorische mijlpalen

Binnen de ontwikkeling van kinderen zijn motorische mijlpalen of sleutelleeftijden te onderscheiden. De Amerikaanse kinderarts en ontwikkelingspsycholoog Gesell (1880 – 1961), heeft na lang onderzoek deze mijlpalen beschreven. De meeste kinderen kunnen ongeveer rond de leeftijd van 10 maanden zelfstandig zitten en kruipen. Belangrijk om te vermelden is dat alle kinderen zich in hun eigen tempo ontwikkelen en hier grote verschillen in kunnen bestaan.

Ontwikkeling zitten

Om te kunnen zitten (maar ook tijgeren, kruipen, staan of lopen) is een goede hoofdbalans noodzakelijk. Een kind moet in rugligging bijvoorbeeld zijn hoofd kunnen optillen en wanneer een kind vanuit lighouding opgetrokken wordt aan de handjes tot zit, moet de ‘headlag’ verdwenen zijn (het hoofd hangt niet meer naar achteren). Rond 20 weken kunnen de meeste kindjes een tijdje stabiel in een kinderstoel zitten met rugleuning. Wanneer kinderen 28 weken zijn kunnen zij eventjes met de benen gespreid en de armen als steun op de grond zitten, vaak nog weinig stabiel. Rond 32 weken kunnen baby’s ongeveer 1 minuut los zitten, zonder steun van de armen. Vanaf 36 weken kunnen kinderen al langer dan 10 minuten los zitten en bijvoorbeeld een speelgoedje van de grond pakken vanuit zit. De benen zijn al minder gespreid en stabiliteit is fors toegenomen. Rond 40 weken kunnen kinderen vanuit lig of staande positie zelfstandig gaan zitten en zijn de benen niet meer nodig voor de stabiliteit. De bewegingsvrijheid is fors toegenomen om bijvoorbeeld speeltjes voor en naast het lichaam te kunnen pakken. Als je twijfelt of het kind zich wel in normaal tempo ontwikkelt, kan je uiteraard altijd een specialist hier naar laten kijken, een kinderoefentherapeut of kinderfysiotherapeut is hiervoor de aangewezen persoon.

Rijp zijn voor zitten

Over het algemeen gaan kinderen zitten als zij hier aan toe zijn. Je zal dus goed moeten bekijken of het kindje van 10 maanden wat jij begeleidt ook toe is aan deze ontwikkelingstap. De spieren (nekspieren, maar ook lage rugspieren) moeten sterk genoeg zijn om te kunnen zitten. Om deze spieren te trainen is het goed om veel spelletjes in buiklig met het kind te doen. Hierdoor ontwikkelt de baby spiertonus in bovenlichaam, nekspieren, armen, handen en vingers en traint hij de hoofdbalans, essentieel voor het zitten.

Spelletjes in buiklig (trainen hoofdbalans en zitten);

  • het kind in buiklig op de grond leggen, met allerlei speeltjes in een kring om hem heen
  • neus tegen neus met het kind op de grond liggen en samen spelen
  • met een spiegel voor het kind in buiklig op de grond gaan liggen
  • in buiklig samen een boekje lezen, een toren bouwen, bal over rollen
  • samen onder een deken verstoppen in buiklig
  • het kindje in buiklig kriebelen en masseren over het hele lichaam
  • etc.

De hoofdbalans kan je verder trainen door:

  • met het kind in je armen te dansen,
  • het kind als een vliegtuigje boven je hoofd te houden
  • het kind in zit te schudden op je schoot (hobbelweg, gat in de weg!)
  • het kind rond draaien en wiegen in je armen.
  • Belangrijk dat je goed moet kijken of het kind in zijn ontwikkeling toe is aan bovenstaande spellletjes, met name of de balans van het hoofd voldoende ontwikkeld is.

Tijgeren

Tijgeren is een onderdeel binnen de kruipontwikkeling van de baby. Rond 28 weken kun je bij kinderen al zien dat zij in buikligging de handen afwisselend naar voren en achter bewegen alsof het kind zich naar voren wil trekken. Bij 32 weken worden deze bewegingen al meer gecoördineerd en zie je vaak dat kinderen ronddraaien om hun middelpunt. Hierdoor neemt de bewegingsvrijheid al toe en zijn zij in staat om meer van de omgeving waar te nemen en dingen naast of achter het lichaam te kunnen pakken. Rond 36 weken lukt het de meeste kinderen om vooruit te komen door middel van tijgeren. Vanuit buikligging trekt het kind zich aan de handen vooruit en zet met de voeten af. Vaak tijgeren kinderen eerst achteruit, omdat in deze fase nog met de handen wordt afgezet. Tussen de 10 en 13 maanden kunnen kinderen over het algemeen goed kruipen.

Billen schuiven

Sommige kinderen slaan het kruipen over in hun ontwikkeling en gaan zich al billenschuivend voortbewegen of gaan gelijk lopen. Kruipen heeft voordelen binnen de ontwikkeling van het kind en daarom is het goed om kruipen te stimuleren.

Kruipen kan je stimuleren door:

  • veel spelletjes met de baby in buiklig doen (zie ook tips hierboven). Hierdoor worden kinderen spelenderwijs geprikkeld om bijvoorbeeld een speeltje net buiten zijn bereik te willen pakken.
  • de voetjes van een baby in buiklig afwisselend te masseren. Hierdoor zal het kindje zijn beentjes intrekken en stimuleer je het voorwaarts bewegen.

Voor het kruipen moet het evenwicht al goed ontwikkeld zijn en is al behoorlijk wat spierkracht van armen en benen nodig. Ook hier geldt weer dat kinderen klaar moeten zijn voor deze stap. Als kinderen nog niet kunnen steunen op de armen, zal het kruipen ook nog niet lukken.

Het steunen kan je oefenen door:

  • het kind vanuit vlieghouding boven je hoofd, eerst te laten landen op de handjes. Hierbij ondersteun je uiteraard de rest van het lichaam voldoende, zodat het kind niet doorzakt.
  • het kind in buiklig op een skippybal leggen en vervolgens de bal heen en weer bewegen, zodat het kind afwisselend met de handjes en voetjes op de grond komt. Hierbij ondersteun je het lichaam van het kind, zodat hij niet van de bal glijdt.
  • het kind regelmatig in kruiphouding zetten; eerst laten zitten met de knietjes op de grond, het kind bij de buik of oksels rustig naar voren laten zakken, zodat hij de handjes op de grond zet. Belangrijk om dit niet te forceren.

Wanneer het kind al een beetje kan tijgeren of kruipen kan je de volgende spelletjes spelen:

  • samen achter elkaar of naast elkaar tijgeren of kruipen, laat het goede voorbeeld zien; traag, snel, zijwaarts, achterwaarts, in een cirkel, zwaar als een olifant, zacht als een muis…
    door een grote kartonnen doos kruipen of meerder dozen achter elkaar (tunnel), onder de tafel en stoelen door, hindernisbaan maken
  • op het grote bed van papa en mama en onder de dekens door kruipen
  • op verschillende ondergronden; tapijt, laminaat, gras, zand, water
  • omhoog en omlaag kruipen; over kleedjes, kussens, andere materialen, de trap (goed opletten!)
  • het kind onder je benen door laten kruipen als je staat of tussen je handen en voeten als jezelf in kruiphouding staat
  • etc.

Leave a Comment

Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen