Spraak- en taalontwikkeling dreumes en peuter

Home / Ontwikkeling dreumes en peuter / Groei en ontwikkeling dreumes en peuter / Spraak- en taalontwikkeling dreumes en peuter

Spraak- en taalontwikkeling dreumes en peuter

Hoer verloopt de ontwikkeling van spraak en taal van jouw dreumes en peuter? Wanneer gaan kinderen naar voorwerpen wijzen als deze genoemd worden, de eerste woordjes zeggen, eenvoudige aanwijzingen begrijpen, de grammatica beter toepassen? Welke mijlpalen zijn te onderscheiden in de spraak- en taalontwikkeling?

Spraak en taal is een belangrijk onderdeel binnen de ontwikkeling van kinderen. Taal is een belangrijk instrument voor het denken en leren en door het gebruik van woorden kunnen kinderen informatie, gedachten en behoeften doorgeven. De spraak- en taalontwikkeling is dan ook van belang voor de sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling.

Wat kan je dreumes en peuter op het gebied van spraak en taal?

1 - 1,5 jaar

Je dreumes van 1 – 1,5 jaar kan:

  • naar een voorwerp wijzen als dat genoemd wordt
  • woordjes nazeggen
  • verschillende lichaamsdelen aanwijzen
  • eenvoudige aanwijzingen begrijpen
  • rond 18 maanden ongeveer 19 woorden zeggen
  • eenvoudige woordjes ombuigen tot één woord (izdat?)
1,5 - 2 jaar

Je dreumes van 1,5 – 2 jaar kan:

  • zichzelf bij naam noemen
  • zinnen maken van twee woorden
  • eenvoudige opdrachtjes uitvoeren
  • plaatjes herkennen
  • een eigen taaltje gebruiken (vroem, vroem voor auto)
  • ongeveer 25 tot 200 woorden kennen
  • ontdekken dat alle voorwerpen een naam hebben
2 - 3 jaar

Je peuter van 2 – 3 jaar kan:

  • plaatjes in een boek aanwijzen
  • naar verhaaltjes en rijmpjes luisteren
  • het woord ‘wat’ gebruiken om iets te vragen
  • woordcombinaties gebruiken (twee- of meerwoordzinnen)
  • nog geen vervoegingen of verbuigingen gebruiken
  • met name de essentiële woorden uitspreken (laat lidwoorden en voorzetsels bijvoorbeeld weg)
  • het woord ‘ik’ gebruiken
3 - 4 jaar

Je peuter van 3 -4 jaar kan:

  • kan in korte zinnen praten
  • eenvoudige vragen beantwoorden
  • de bekende ‘waar/wie’ vragen gaan stellen en later de ‘waarom’ waarom vraag
  • het principe ‘om de beurt’ begrijpen
  • enkele cijfers en letters benoemen
  • de woorden ‘wij’, ‘hij’ en ‘zij’ gebruiken
  • de voorzetsels ‘op’ en ‘in’ goed gebruiken
Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen