Cognitieve ontwikkeling dreumes en peuter

Home / Ontwikkeling dreumes en peuter / Groei en ontwikkeling dreumes en peuter / Cognitieve ontwikkeling dreumes en peuter

Cognitieve ontwikkeling dreumes en peuter

Hoe ontwikkelt zich de cognitieve ontwikkeling van jouw dreumes of peuter? Welke cognitieve mijlpalen zijn te onderscheiden? Wanneer kunnen kinderen voordat zij iets willen uitvoeren een ‘voorstelling’ van deze gebeurtenis  in het hoofd maken en wanneer leren zij oorzaak en gevolg?

Leren, onthouden, denken en redeneren zijn intellectuele vaardigheden. In het begin zal jouw dreumes vooral leren door uit te proberen, te experimenteren en mensen na te doen. Op een gegeven moment herkent het kind bepaalde concepten en maakt van te voren een ‘beeld’ van het object of de gebeurtenis in het hoofd. Hierdoor zal jouw kind steeds beter problemen kunnen oplossen zonder te hoeven experimenteren. Ook het concentratievermogen wordt beter en kan jouw peuter steeds langer alleen spelen.

Wat kan je dreumes en peuter op cognitief gebied?

1 - 1,5 jaar

Je dreumes van 1 – 1,5 jaar kan:

  • experimenteren en variëren met zijn gedrag en acties om op die manier nieuwe ervaringen op te doen. Bijvoorbeeld op verschillende manieren objecten laten vallen; hard, zacht, via het tafelblad etc.
  • door het variëren van zijn gedrag steeds beter leren problemen op te lossen. Door te experimenteren (draaien en keren) met een blokje van een bepaalde vorm, is jouw dreumes in staat het blokje in het daarvoor bestemde gat te stoppen. Ook kan hij met een stok een stukje speelgoed wat buiten het bereik ligt naar zich toe halen.
  • een nog beter besef van objectpermanentie krijgen (een voorwerp blijft bestaan, ook al is het uit het zicht). Jouw dreumes zoekt nu niet meer alleen naar een voorwerp op de plek waar deze als laatste is verstopt (A), maar zoekt verder op andere plekken als het voorwerp niet op plek A wordt gevonden (A-B search).
  • steeds beter gedrag van andere kopiëren en onthouden en op een later tijdstip reproduceren (herhalen). Voorbeeld hiervan is het trekken van gekke gezichten, maar ook blokjes stapelen en het krabbelen/ tekenen op papier (deferred imitation).
1,5 - 2 jaar

Je dreumes van 1,5 – 2 jaar kan:

  • nu voorwerpen vinden die uit het zicht zijn gehaald. Jouw dreumes kan nu bijvoorbeeld niet alleen een voorwerp vinden verstopt onder een doek, maar ook nog eens als het voorwerp verstopt is in een doosje onder het doek!
  • steeds beter problemen oplossen, doordat hij al beter in staat is van te voren een voorstelling in het hoofd te maken van een object of gebeurtenis (mentale representatie). Jouw dreumes hoeft dus nu minder te experimenteren met zijn gedrag om iets voor elkaar te krijgen en gaat echt al een beetje ‘plannen’.
  • alledaags gedrag van jouw als ouder of van vriendjes na gaan doen tijdens het spelen. Dit wordt ook wel ‘doen alsof spel’ , ‘rollenspel’ of ‘fantasiespel’ (‘make believe play’) genoemd.
  • nu niet alleen op juiste wijze het gedrag van jou als ouder imiteren, maar jouw dreumes is zelfs in staat een actie na te bootsen die nog niet volledig voltooid is! Bijvoorbeeld als jij als ouder probeert een fotolijstje rechtop te zetten, maar in de haast het lijstje toch weer om laat vallen. Een moment later zet jouw kind zelf het fotolijstje rechtop!
  • een idee of activiteit even stoppen om iets anders te doen om vervolgens weer verder te gaan.
  • eenvoudige instructies opvolgen en zich steeds beter herinneren wat hij moet doen.
2 - 4 jaar

Je peuter van 2 – 4 jaar kan:

  • tijdens het spelen zijn pop of knuffel willen wassen of voeden. Tijdens het spelen staat niet alleen jouw peuter meer centraal!
  • innerlijke beelden vormen van objecten of gebeurtenissen (mentale representatie). Dit uit zich in taal, tekenen en het spelen. Jouw peuter kan nu woorden koppelen aan innerlijke beelden, waardoor jouw kind nu beter kan omgaan met het verleden, heden en de toekomst.
  • zich steeds beter voorstellen dat een symbool (foto, tekening, model) iets uit de ‘echte’ wereld kan voorstellen (dual representation).
  • vanaf 3 jaar tekeningen maken die echt al een beetje op een voorstelling van iets beginnen te lijken. Een belangrijke mijlpaal tijdens het tekenen wordt bereikt wanneer jouw peuter lijnen gaat gebruiken als grens van een object. Vanaf 3 – 4 jaar een peuter in staat zijn de eerste tekening van een persoon te maken.
  • geloven dat levensloze dingen kunnen denken of bijvoorbeeld gevoel kunnen hebben (animistisch denken). Als jouw peuter zijn teen stoot tegen een stoel, kan het bijvoorbeeld ‘stoute stoel’ zeggen.
  • moeilijk een onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Deze periode wordt ook wel het ‘magische denken’ genoemd. Jouw peuter gelooft bijvoorbeeld in magie, feeën en bovennatuurlijke krachten. Toch zal jouw kind weten dat magie niet alledaagse gebeurtenissen kan veranderen/beïnvloeden (bijvoorbeeld een foto laten veranderen in een echt persoon). Gebeurtenissen die zij niet kunnen verklaren (donder en bliksem), kunnen zij wel toekennen aan magie.
  • al samen met andere kinderen alledaagse gebeurtenissen naspelen (in een rollenspel, fantasiespel, doen alsof spel). Jouw peuter wordt minder egocentrisch!
Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen