Moederhart

 In Column

Na mijn studie ben ik als psycholoog gaan werken binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Eerst in het Sophia kinderziekenhuis in Rotterdam. Nu al ruim zes jaar op de polikliniek van Triversum in Hoofddorp. In mijn werk heb ik dagelijks te maken met kinderen en jongeren met verschillende problemen. Hierbij kan je denken aan autisme, ADHD, tics, angst of depressie. Ik onderzoek, diagnosticeer, behandel en begeleid kinderen en hun ouders.

Een aantal jaar geleden, na afloop van een intakegesprek, vroeg een vader of ik zelf kinderen had. Deze vraag had ik tijdens mijn werk niet eerder gehad. Naar waarheid antwoordde ik dat dit niet het geval was. Ik vergat te vragen waar deze interesse vandaan kwam. Vooral omdat ik er nogal verbolgen over was. Naast dat ik het privé vind, vond ik het ook niet relevant. De kwaliteit van mijn werk hangt niet af van het wel of niet hebben van een kind. Een chirurg hoeft toch ook niet zelf op de operatietafel gelegen te hebben om goed te kunnen opereren….

Nu ik zelf een kind heb snap ik de vraag meer. Ik doe mijn werk niet beter, maar kan bepaalde zaken wel beter begrijpen. Door eigen ervaring besef ik hoe moeilijk het kan zijn als iemand iets (negatiefs) over je kind zegt.

Toen Tijn 4 maanden was werd er een voorkeurshouding en een afgeplat hoofdje geconstateerd. We werden verwezen naar een fysiotherapeut. De tips die ze gaf had ik verwacht, niet dat ze ook de motoriek zou testen. Op zich geen probleem; Tijn was een vrolijk, en naar ons idee heel gemiddeld jongetje. Hij sliep, dronk en ontwikkelde zich goed. De test gaf echter aan dat hij achterliep in zijn motoriek. Hij zat ver onder het gemiddelde en hoorde bij de laagste 5%. Het moment dat de fysiotherapeut dit vertelde voelde als een steek, alsof ze me rechtstreeks in mijn (moeder)hart raakte.

Naderhand kon ik het beter relativeren. Tijn bleef zich goed ontwikkelen. Iets trager dan gemiddeld misschien, maar hij deed alles. Inmiddels is hij 16 maanden en loopt hij een paar passen los. Gelukkig kan papa dit soort dingen ook goed ontnuchteren; ‘als hij 18 is, dan loopt hij vast wel’.

De opmerking van de fysiotherapeut deed mij beseffen wat de impact kan zijn van slecht nieuws over je kind. In mijn werk vertel ik ouders dagelijks dat hun kind een psychiatrische stoornis heeft. Ik heb veel respect voor hoe goed ouders dit vaak oppakken. Eerder wist ik natuurlijk dat dit moeilijk kan zijn, nu snap ik ook hoe het kan voelen. En wellicht maakt dat, dat ik sommige dingen in mijn werk toch anders doe nu ik zelf een kind heb. Misschien moet die chirurg zich zelf ook eens laten opereren. Weet hij ook beter hoe dat voelt.

‘Moederhart’ is al eerder verschenen op allinmam.com

Leave a Comment

Neem contact op

Stuur gerust uw vragen en/of opmerkingen